KotiRyhmätKeskusteluLisääAjan henki
Etsi sivustolta
Tämä sivusto käyttää evästeitä palvelujen toimittamiseen, toiminnan parantamiseen, analytiikkaan ja (jos et ole kirjautunut sisään) mainostamiseen. Käyttämällä LibraryThingiä ilmaiset, että olet lukenut ja ymmärtänyt käyttöehdot ja yksityisyydensuojakäytännöt. Sivujen ja palveluiden käytön tulee olla näiden ehtojen ja käytäntöjen mukaista.

Tulokset Google Booksista

Pikkukuvaa napsauttamalla pääset Google Booksiin.

Ladataan...

Prahan kalmisto (2010)

Tekijä: Umberto Eco

Muut tekijät: Katso muut tekijät -osio.

JäseniäKirja-arvostelujaSuosituimmuussijaKeskimääräinen arvioMaininnat
4,5191642,536 (3.33)168
"19th-century Europe--from Turin to Prague to Paris--abounds with the ghastly and the mysterious. Jesuits plot against Freemasons. In Italy, republicans strangle priests with their own intestines. In France, during the Paris Commune, people eat mice, plan bombings and rebellions in the streets, and celebrate Black Masses. Every nation has its own secret service, perpetrating conspiracies and even massacres. There are false beards, false lawyers, false wills, even false deaths. From the Dreyfus Affair to the Protocols of the Elders of Zion, the Jews are blamed for everything. One man connects each of these threads into a massive crazy-quilt conspiracy within conspiracies. Here, he confesses all, thanks to Umberto Eco's ingenious imagination--a thrill-ride through the underbelly of actual, world-shattering events. "--… (lisätietoja)
Viimeisimmät tallentajatNinjaMuse, yksityinen kirjasto, Wuayra, PeterKKB, cura22, JWClibrary, ulaanbataar, AycanKH, guttmano
Ladataan...

Kirjaudu LibraryThingiin nähdäksesi, pidätkö tästä kirjasta vai et.

Ei tämänhetkisiä Keskustelu-viestiketjuja tästä kirjasta.

» Katso myös 168 mainintaa

englanti (114)  espanja (15)  italia (10)  hollanti (8)  ranska (6)  saksa (4)  katalaani (3)  ruotsi (2)  tanska (1)  norja (1)  Kaikki kielet (164)
Näyttää 1-5 (yhteensä 164) (seuraava | näytä kaikki)
Umberto Eco è uno dei pochi autori che ha avuto un plauso pressoché unanime di consensi rispetto alla sua attività. Ma proprio “Il cimitero di Praga” ha generato una ampia discussione che gli ha attirato diverse critiche, per l’estremo antisemitismo che pervade il pensiero del protagonista di questo lungo romanzo, Simone Simonini. In realtà con questo libro Eco prova a dare una lettura assai romanzata della genesi dei protocolli di Sion, uno dei più grandi falsi della storia con cui la propaganda antiebraica ha costruito una narrazione sul complotto degli ebrei contro le società dell’epoca. Simonini è un agente segreto con un grande talento nel costruire falsi documenti. Ed Eco che la storia la conosce bene fa fare un volo d’angelo al suo protagonista nella storia del diciannovesimo secolo, tra Torino, la Sicilia per poi giungere a Parigi dove inizia a lavorare per il controspionaggio francese. Il cimitero di Praga è il luogo dove si sarebbe tenuta la riunione dei rabbini per ordire un grande complotto e il documento che Simonini prepara è la sintesi dei pregiudizi nei confronti del popolo d’Israele. C’è da dire che I protocolli di Sion è stato un libro di gran successo, ricordato spesso per aver ispirato Hitler e gli ideologi della teoria della razza, ma sicuramente, andando oltre agli estremi, hanno pervaso tutta la cultura occidentale, nonostante sia provata la loro assoluta inattendibilità storica. Come detto, Eco ripercorre molti anni del secolo e lo fa come lui sa fare, ossia con cultura ed erudizione, passando per la Comune di Parigi e, chiaramente, per l’affare Dreyfus. Le critiche mi sembrano immotivate perché diffondere la conoscenza del più grande falso della storia significa contrastare i pregiudizi che su quel fatto si sono alimentati. Ma il romanzo, proprio la storia, mi sono sembrati sfilacciati, il tentativo, chiodo fisso di Eco, di scrivere romanzi semplici arricchendoli con la sua cultura poco riuscito. Il libro, comunque, è interessante, ma probabilmente è stato sopravvalutato. ( )
  grandeghi | Mar 11, 2024 |
Ik haal de boeken die ik ga lezen doorgaans op basis van puur toeval uit mijn kasten. Een ingeving zeg maar, dat ik precies dát boek nú ga lezen. Een uitgebreide bibliotheek draagt bij tot die mogelijkheid, een niet heel erg gefocust ‘aankoopbeleid’ ook. En toch… toeval blijkt wel zéér vaak niet helemaal hetzelfde te zijn als een ingeving, zelfs al heb ik er geen flauw benul van wat die ingeving kan veroorzaakt hebben.

Ik verklaar me nader: toen ik onlangs Jurassic Park https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2024/02/jurassic-park-michael-crichton.... van Michael Crichton ter hand nam, deed ik dat in de verwachting dat ik dat boek na lezing zou verwijzen naar de zolder waardoor er weer wat meer plaats zou komen voor andere boeken (plaats voor boeken is een nooit eindigend probleem bij mij). Enig verband met een (recent) eerder gelezen boek of met iets anders waar ik mee bezig was (geweest) zag ik niet en bleek er ook tijdens en na de lezing niet te zijn.

Dat lag helemaal anders met het volgende boek dat ik ga bespreken: De drie musketiers van Alexandre Dumas. Alhoewel ik dat boek óók uit mijn kasten haalde in de verwachting het na lezing richting zolder te kunnen brengen, was er een mij bekend verband met Jurassic Park: het is vele jaren geleden uitgegeven in dezelfde serie boeken die destijds bij de woensdageditie van Het Laatste Nieuws voor vijf euro extra (of toch iets van dien aard) werden verstrekt. Boeken waartussen voor de rest, toch voor zover ik zie, geen verband te bespeuren is – ga maar na: recent besprak ik uit dezelfde serie ook Tien kleine negers https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2023/12/tien-kleine-negertjes-agatha-ch... van Agatha Christie en De Pest https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2023/12/de-pest-albert-camus-boekbespre... van Albert Camus -, maar goed: een serie is een serie. En hoe dan ook, er was ook een ánder verband, maar dan met voorliggend De begraafplaats van Praag van Umberto Eco. Komen er dan musketiers voor in het boek van Eco? Nope: Alexandre Dumas komt er, zowel met zijn boeken als met zijn leven, in voor. Alleen is dat geen gedachte die bij me opkwam toen ik De drie musketiers uit mijn boekenkasten haalde. Toch niet bewust.

En waarom haalde ik dan De begraafplaats van Praag uit mijn boekenkasten? Wel, daarvoor waren er drie redenen, en van alle drie was ik me bewust. Ten eerste had mijn vriendin dit boek een aantal maanden terug van me geleend en was ze er ‘content’ van (reclame heeft dus wel effect op me, maar ze moet, zeker wat boeken betreft, van zeer specifieke personen komen). Ten tweede ben ik zinnens dit jaar Praag te bezoeken. De begraafplaats in kwestie, het oude joodse kerkhof ofte Starý židovský hřbitov, zal ik daarbij niét aandoen – niet omdat ik gewoon ben kerkhoven te vermijden, want op een oud, in mijn ogen mooi, kerkhof dwaal ik gráág rond, maar omdat dat kerkhof zó waanzinnig dicht bezaaid is met grafstenen dat er van dwalen geen sprake kan zijn (“bijna twaalfduizend stenen op een zeer beperkte ruimte, maar het aantal graven was waarschijnlijk veel en veel groter, want in de loop der eeuwen waren er steeds nieuwe lagen aarde toegevoegd”, schrijft Eco daar zelf over) -, maar Praag resteert dan op het eerste zicht nog steeds als verband (alleen op het eerste zicht trouwens, want de stad Praag speelt in dit hele verhaal verder geen enkele rol). Ten derde had ik al héél lang, al een jaar of dertig om precies te zijn, een appeltje met mezelf te schillen, een appeltje waarover ik het ook al had bij mijn bespreking van Het getal van het beest https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2023/09/het-getal-van-het-beest-robert-... van Robert A. Heinlein. Nadat ik ergens in de laatste helft van de jaren 1980, in mijn tienerjaren dus, De naam van de roos van Eco gelezen had, verslonden eigenlijk (een paar nachten slaap overgeslagen omdat ik dat boek zó fantastisch vond), waagde ik me in de eerste helft van de jaren 1990 aan zijn De slinger van Foucault en... faalde. De hebbelijkheid van Eco om ellenlange gedetailleerde beschrijvingen te geven werd me té veel en ik slaagde er niet in me door de eerste honderd bladzijden te worstelen, iets wat ik mezelf achteraf kwalijk nam en dat ik al lang eens moest rechtzetten door ofwel opnieuw aan De slinger van Foucault te beginnen ofwel aan een ander boek van de schrijver. Gezien behalve De naam van de roos en De slinger van Foucault inmiddels ook Baudolino, Het eiland van de vorige dag én De begraafplaats van Praag in mijn boekenkasten terecht gekomen waren (ja, verzamelen is soms een licht masochistische bezigheid) was de keuze reuze en ik kan met genoegen (voor mezelf in de eerste plaats) zeggen dat ik De begraafplaats van Praag wél uitgelezen heb, er veel genot aan beleefde, én genoemde hebbelijkheid binnen de perken bleef. Waar de auteur zich ter zake liet gaan, was in zijn beschrijving van (historische) recepten, iets waarvan – in de context van dit boek – de zin mij ontgaat, maar alla, zélfs die recepten gaan geen bladzijden door en die beschrijvingen waren (de auteur overleed in 2016) nu eenmaal een van de handelsmerken van Eco. Het weze mij vergeven dat ik bij zo’n passages aan enig diagonaal lezen heb gedaan.

Al is het maar omdat ik dat óók gedaan heb met de lemma’s die aan de auteur gewijd worden op Wikipedia (een veel groter in het Engels dan in het Nederlands overigens). Lemma’s waaruit ik – en dat moet u na voorgaande inleiding ongetwijfeld wel een béétje blij maken – vervolgens ook nauwelijks ga citeren en waarin sowieso wel zéér weinig aandacht wordt besteed aan De begraafplaats van Praag. Dat wordt dan wel min of meer goed gemaakt door de lemma’s die, los daarvan, besteed worden aan het boek zelf, maar het is toch wel merkwaardig dat er in het Nederlandstalige artikel over de auteur slechts vier karakters besteed worden aan het boek (zijnde “2010”) en in het Engelstalige niet meer dan dit: “The Prague Cemetery, Eco's sixth novel, was published in 2010. It is the story of a secret agent who ‘weaves plots, conspiracies, intrigues and attacks, and helps determine the historical and political fate of the European Continent’. The book is a narrative of the rise of Modern-day antisemitism, by way of the Dreyfus affair, The Protocols of the Elders of Zion and other important 19th-century events which gave rise to hatred and hostility toward the Jewish people.” Per slot van rekening staat niet alleen op Wikipedia dat dit uit 2012 daterende boek het beste van Eco zou zijn sinds De naam van de roos, maar ook op de binnenflap ervan. Commentaar van Il Tirreno https://www.iltirreno.it/: “De begraafplaats van Praag lijkt af te stevenen op net zo’n succes als De naam van de roos.” Commentaar van Il Sole 24 ore https://www.ilsole24ore.com/: “Spionnen, schorriemorrie en complotten: ‘haat’ is de nieuwe naam van de roos.”

Waarmee dan meteen ook tot twee keer toe het woord gevallen is (één keer in het Engels, één keer in het Nederlands) dat ook heden ten dage nog zó vlot gecombineerd wordt met het woord ‘joden’: ‘haat’. Terwijl die, naar mijn gevoel, eigenlijk nauwelijks een rol speelt in dit verhaal. Ja, je kan zeggen dat de Protocollen van de Wijzen van Sion bij zekere personen in moderne tijden een haat tegenover joden hebben doen ontstaan en dat er al zéér lang, ook van vóór de negentiende eeuw – de tijd waarin dit verhaal start –, regelmatig tijdelijke oplevingen van zo’n haat waren (pogroms tegen joden zijn uiteindelijk zo oud als het Oud Testament; er is al sprake van in het boek Ester), en zelfs dat er hier en daar in dit verhaal een personage zit dat een haat tegenover joden koestert, maar ‘haat’ is geen kernwoord in De begraafplaats van Praag. ‘Nuttigheid’, dát is het kernwoord. Zowel voor het hoofdpersonage als voor het overgrote deel van de nevenpersonages. Pas helemaal op het einde, als het hoofdpersonage zélf gaat geloven in z’n schepping, dat wat dan de Protocollen wordt, komt er bij dat hoofdpersonage haat te voorschijn, haat dan nog die – ook op dat moment nog – voortspruit uit niet beantwoorde liefde (“Een vurige blik, ogen van fluweel, een donkere huid… Het kan onmogelijk een Jodin zijn, het is onmogelijk dat vaders die volgens grootvader boosaardige roofvogelgezichten en een giftige blik in hun ogen hebben, zo’n mooi meisje kunnen voortbrengen. En toch kan ze niet anders dan uit het getto komen”). Maar zowel bij dat hoofdpersonage als bij de nevenpersonages is ‘haat’ voor de rest een kwestie van ‘nuttigheid’: ze haten zélf geen joden, vrijmetselaars, katholieken, revolutionairen, koningsgezinden (iedereen komt aan de beurt), ze zélf het hoekje om helpen zouden ze – de occasionele terrorist daar gelaten – nooit doen, maar de haat tegenover die mensen aanwakkeren dient hun eigen doelen. Die haat is nuttig voor hen: “Om herkenbaar en schrikwekkend te zijn moet een vijand zich in ons eigen huis bevinden, of op de drempel ervan staan. Vandaar dat ik de Joden heb gekozen. De Goddelijke Voorzienigheid heeft ze aan ons gegeven, laten we ze dan goddomme ook gebruiken, en laten we bidden dat er altijd Joden zullen zijn om te vrezen en te haten. Er is een vijand nodig om het volk hoop te geven. Iemand heeft ooit eens gezegd dat patriottisme het laatste toevluchtsoord is voor uitschot: wie geen morele principes heeft, schaart zich in de regel onder een vlag, en bastaarden beroepen zich altijd op de zuiverheid van hun ras. De nationale identiteit is het laatste houvast van de proletariërs. En ons identiteitsgevoel is nu eenmaal gebaseerd op haat, haat jegens degene die niet op ons lijkt. We moeten ervoor zorgen dat haat dé drijfveer van de burger wordt. De vijand is de vriend van de volkeren. We moeten altijd iemand kunnen haten teneinde onze eigen ellende te rechtvaardigen”. En als de gehate niet meer nuttig is, dan schakelen ze over op een ander doelwit (vul maar in: mogelijk met corona besmetten, inwoners van Gaza, Russen) en wakkeren ze de haat dáártegenover aan (een fenomeen dat geregeld opduikt in dit boek), iets waarin ze zelfs af en toe bijgestaan worden door degenen tegenover wie ze vroeger de haat aanwakkerden.

De begraafplaats van Praag is voor mij dan ook geen boek over jodenhaat, of katholiekenhaat, of vrijmetselaarshaat, of koningsgezindenhaat, of revolutionairenhaat, of welke haat dan ook, maar over de werking van complotten. En het geniale ervan zit hem in twee dingen: 1) Er is nooit een complot geweest met de Protocollen van de Wijzen van Sion als een geschreven grondslag daarvan, maar er zijn wel een hoop complotten geweest die uiteindelijk leidden tot het ontstaan van dat fictieve complot; 2) Wie in het konijnenhol duikt, riskeert na een pijnlijke aankomst op de bodem daarvan soms een sleutel te vinden die alleen maar leidt naar wéér een konijnenhol en wéér een konijnenhol en wéér een konijnenhol, enzovoort. Een zelf gemaakte sleutel bovendien en zelf gemaakte konijnenholen. Konijnenholen waar soms lijken in terechtkomen dan nog, al is ook dát telkens weer zo omdat die toen ze nog leefden in de weg begonnen te zitten – hun ‘nuttigheid’ was negatief geworden -, en al weet de moordenaar daar soms niet meer van.

Want dát is dan weer het geniale in de vorm van dit boek: het is grotendeels een brievenroman, maar dan wel een waarin een personage aan zichzelf schrijft, daarbij twijfelend of hij het wel zelf is (niet onlogisch als je ‘inbreekt’ in je dagboek terwijl je zelf denkt te slapen), en daar ook nadat hij daarover tot uitsluitsel gekomen is mee doorgaat omdat hij veel hulp gehad heeft van dat idee dat hij opgepikt heeft uit een gesprek met dokter… Froïd. Geen verschrijving, dat ‘Froïd’, ook niet vanwege de auteur, maar Freud was toen het hoofdpersonage hem ontmoette – wat historisch gezien in 1885 moet geweest zijn, want toen was Freud in Parijs voor een studiereis - nu eenmaal nog geen beroemdheid en had nog geen enkel boek gepubliceerd, dus dat een toevallige gesprekspartner, een Italiaan dan nog, zijn naam fonetisch zou noteren – zoals hij die van Marx als ‘Marsh’ noteert (“volgens mij sprak hij het zo uit”) - in plaats van correct zou alleen maar normaal zijn. Net zoals het maar normaal is dat het hoofdpersonage de naam van Charcot, voor wie Freud een enorme bewondering had en naar wie hij zijn eerste zoon Jean-Martin noemde, wél juist weet te schrijven, want de destijds zestigjarige arts Jean-Martin Charcot was behalve een van de grondleggers van de neurologie ook een beroemdheid in Parijs. Eco heeft er dus zelfs in de details naar gestreefd de geschiedenis correct weer te geven, wat datgene wat hij schrijft in zijn op het einde van het verhaal toegevoegde Nutteloze erudiete toelichting (die voor de rest inderdaad erudiet maar eveneens nutteloos is) nog waarschijnlijker maakt: “Het enige verzonnen personage uit deze roman is de hoofdpersoon, Simone Simonini – niét verzonnen is zijn grootvader, kapitein Simonini, ook al is die alleen bekend als de mysterieuze auteur van een brief aan abt Barruel. Alle andere personages (met uitzondering van een enkele bijfiguur, zoals notaris Rebaudengo of Ninuzzo) hebben werkelijk bestaan en hebben de dingen die ze doen en zeggen in deze roman ook daadwerkelijk gedaan en gezegd. Dat geldt niet alleen voor de personages die onder hun echte naam ten tonele worden gevoerd (hoe onwaarschijnlijk het velen ook zal voorkomen, iemand als Léo Taxil heeft daadwerkelijk bestaan), maar tevens voor figuren die hun opwachting maken onder een verzonnen naam omdat ik, uit verteltechnische overwegingen, soms één enkele (verzonnen) persoon laat doen en zeggen wat door twee (historische) personen is gezegd of gedaan. En nu ik er nog eens goed over nadenk, heeft ook Simone Simonini in zekere zin bestaan, al is hij het resultaat van een collage, en heb ik dingen aan hem toegeschreven die in werkelijkheid door verschillende personen zijn gedaan.” Simone Simonini is uiteraard de “louche vervalser” waarover de commentator van La Stampa https://www.lastampa.it/ het heeft op de binnenflap en misschien volgens sommigen (maar niet volgens mij) én de commentator van L’Unità https://www.unita.it/ “de meest onsympathieke figuur van de wereld”, maar hij is vooral de lijn die Eco wist te trekken tussen alle complotten waarover die het in dit boek heeft. Doordat hij er telkens midden in staat en doordat een personage als Simonini toch een aantal jaren kan meegaan, verbindt hij alles aan mekaar en kan wat op papier een vervolg of gevolg van iets anders is ook daadwerkelijk als vervolg of gevolg tot leven gebracht worden. Andere personages komen tevoorschijn en verdwijnen weer, sommige meerdere keren, maar Simonini blijft, en terwijl hij ouder wordt, worden de complotten aan mekaar genaaid, komen tot rijping, en leiden uiteindelijk tot het bekendste complot: het maken van de Protocollen van de Wijzen van Sion. Een historische roman kan je dit niet eens noemen, dit is een roman die een historie maakt, een roman die verbindt wat verbonden hoort te worden, een roman die voor wie in geschiedenis geïnteresseerd is – en wie dat niet is, laat de boeken van Umberto Eco beter sowieso terzijde liggen – op iedere bladzijde opnieuw een aanleiding kan vormen om zichzelf te gaan verdiepen in de geschiedenissen die zich daar voor zijn ogen ontrollen.

Terwijl… terwijl, zei ik… dat nog niet eens alles is. Talrijke illustraties verlevendigen het verhaal, geven het een nog authentieker voorkomen, documenteren het soms ook (bijvoorbeeld met voorpagina’s van kranten als La Libre Parole of een karikatuur van Eduard Drumont, waarnaar ook in de tekst verwezen wordt), en op vier na heeft Eco ál die illustraties (ik heb ze niet geteld, maar het moeten er toch wel een vijftigtal zijn) uit zijn eigen archieven gehaald. Zoals hij de humor – een eigenschap van hem die ik me niet herinner van De naam van de roos, maar die daar óók wel kan in gezeten hebben – niet louter uit de opeenvolging van de historische feiten heeft gehaald (een humor die er voor de aandachtige beholder van de geschiedenis echt wel dikwijls is), iets waarvan bijvoorbeeld de eerste twaalf bladzijden van het hoofdstuk (het dagboekfragment) Wie ben ik? mogen getuigen. Twaalf bladzijden waarin Simonini het voornamelijk heeft over wat en wie hij zogezegd allemaal ‘haat’ en die hij begint met: “Joden, ben ik geneigd te zeggen, maar het feit dat ik zo slaafs zwicht voor de aansporingen van die Oostenrijkse (of Duitse) arts, toont aan dat ik niets tegen die verdomde Joden heb.” Iets wat hij van, bijvoorbeeld, Duitsers niet kan zeggen: “(…) het allerlaagste soort dat je je maar kunt voorstellen. Een Duitser produceert gemiddeld tweemaal zoveel feces als een Fransman. Hyperactiviteit van de darmfunctie ten koste van die van de hersenen, een duidelijk bewijs van hun fysiologische inferioriteit.” Of: “Ze hebben de mond vol van hun Geist, maar ze bedoelen de geest van het gerstenat, die hen al op jonge leeftijd doet afstompen en die verklaart waarom er ten noorden van de Rijn, met uitzondering van een paar afstotelijke portretten en van dodelijk saaie gedichten, op kunstzinnig gebied nooit ook maar iets interessants is geproduceerd. Om van hun muziek nog maar te zwijgen. En dan heb ik het niet over de bombastische grafmuziek van die Wagner, waar zelfs de Fransen tegenwoordig bij weg zwijmelen. Nee, dan die Bach van hen: de paar fragmenten die ik heb gehoord, waren volkomen gespeend van welluidendheid en koud als een winternacht, en ook de symfonieën van die Beethoven zijn één grote orgie van banaliteiten.” Of, ten slotte: “Helaas heeft mijn grootvader me als kind gedwongen deze weinig expressieve taal, die je al lezend dwingt als een gek op zoek te gaan naar de werkwoorden, omdat die nooit staan waar ze horen, te leren, alhoewel dat, gelet op het feit dat hij een Oostenrijker was, ook weer niet zó verwonderlijk was.” En dan moet Simonini, of Eco die even alle (voor)oordelen bij mekaar harkt, nog beginnen aan wat hij te vertellen heeft over Fransen, Italianen (“Ik ben Fransman geworden omdat ik het niet kon verdragen Italiaan te zijn”), priesters, communisten, jezuïeten, vrijmetselaars (“Jezuïeten zijn als vrouwen verklede vrijmetselaars”), vrouwen en homo’s (“geïnverteerden”).

Om deze boekbespreking af te maken, zou ik het bijvoorbeeld ook nog kunnen hebben over de rechtstreekse tussenkomsten van de verteller in het boek (“Het is dat deze pagina’s de absolute waarheid bevatten, maar anders zou het er eerlijk gezegd de schijn van hebben dat de Verteller deze afwisseling van amnestische euforie en ‘herinnerde’ dysforie zélf op vernuftige wijze in scène heeft gezet”) – overigens weergegeven in een ander lettertype – of een of ander foefje bedenken om hier een paar tientallen citaten aan mekaar te weven, maar ik ga het verder houden bij eentje. Niet omdat dat zo veel meer meegeeft over het boek dan alle andere die ik had aangeduid, maar omdat het passend is in tijden van oorlog, zelfs al zijn we intussen zoveel miljard aardbewoners verder: “Ik heb wel eens gehoord dat er op aarde meer dan een miljard mensen leven. Ik weet niet hoe ze die hebben kunnen tellen, maar je hoeft in Palermo maar om je heen te kijken om te snappen dat we met te veel zijn en dat we elkaar voor de voeten lopen. En het merendeel van die mensen stinkt ook nog. Er is nu al weinig voedsel, kun je je voorstellen als ons aantal nog toeneemt. Dus dient de bevolking een gevoelige slag te worden toegebracht. Je hebt natuurlijk pestepidemieën, zelfmoorden, doodvonnissen, er zijn mensen die elkaar voortdurend uitdagen voor een duel of die het leuk vinden om als gekken door bossen en velden te galopperen, en ik heb zelfs horen vertellen dat er Engelse heren zijn die in zee gaan zwemmen, en dan natuurlijk verdrinken… Maar dat volstaat niet. Oorlogen zijn het meest efficiënte en natuurlijke middel dat je je maar kunt wensen om de toename van het aantal mensenkinderen aan banden te leggen. Zei men niet ooit, als men ten oorlog trok: omdat God het wil? Maar om oorlog te voeren moeten er ook ménsen zijn die dat willen. Als iedereen zich aan de krijgsdienst onttrekt, zou er niemand in de oorlog omkomen. En waarom zou je ze dan voeren? En dus zijn mensen als Nievo, Abba of Bandi, die zich maar al te graag in de vuurlinie werpen, onmisbaar. Opdat mensen zoals ik ons niet zo druk hoeven te maken over de mensheid die ons in de nek hijgt. Kortom, ik heb het niet op ze, maar dat soort goede zielen hebben we wel nodig.” Het zou uiteraard cynisch zijn daar aan toe te voegen dat het nóg beter is als je daar intussen je boterham aan verdient. Als ze mekaar afmaken met geweren die je verkoopt, met het vervangen van tanks die anderen aan ze weggeven, met het heraanleggen van straten een keer de oorlog (voorlopig weer) gedaan is, met het ‘heropbouwen’ van huizen voor de burgers die alles verloren zijn. Of dat oorlogen niet eens gevoerd worden om de redenen die daarvoor opgegeven worden, langs welke ‘kant’ dan ook. Of dat ze soms simpelweg gevoerd worden om wat anders te verbergen. “Bij een zeeramp waarbij vijftig tot zestig mensen verdrinken, zal niemand bedenken dat het allemaal begonnen was om een paar schriftjes te verdonkeremanen”, is per slot van rekening alleen iets wat een romanschrijver kan bedenken. Zelfs als hij zegt dat alles wat in die roman gedaan en gezegd wordt ook effectief gedaan en gezegd is.

Enfin, dát gezegd – en vooraleer ik alsnog verder begin te citeren - het lezen van De begraafplaats van Praag kan ik alleen maar van harte aanbevelen.

Björn Roose ( )
  Bjorn_Roose | Feb 21, 2024 |
Couldn't relate to the protagonist and not knowledgeable enough about the history of Italy to follow the twists and turns of the plot
  ritaer | Nov 26, 2023 |
This is a kind of book I can't afford to read over a period of time (for I might lose track of myraid charchters) and on other hand, it is hard to keep up with furious and almost byzantine twists without a breather. Umberto Eco in his signature style describes the 19th century anti-semitic moment and how the hoax of the "Protocols of the Elders of the Zion" is perpetuated. For history/historical fiction lovers, this book is a real feast. ( )
  harishwriter | Oct 12, 2023 |
El cementerio de Praga
Umberto Eco
Publicado: 2010 | 366 páginas
Novela Aventuras Histórico Intriga

«Me da vergüenza ponerme a escribir, como si desnudara mi alma.» Así empieza el relato vital del capitán Simonini, un piamontés afincado en París que desde joven se dedica al noble oficio de crear documentos falsos. Estamos en marzo de 1897 pero las memorias de este curioso individuo abarcarán todo el siglo XIX. Es un homenaje a la novela propia de la época, el folletín, son las novelas de Dumas y Sue las que inspiran al falsario en la creación de sus documentos, de lo cual se deduce que es la realidad la que copia a la literatura y no viceversa. En El cementerio de Praga, nada es lo que parece y nadie es quien realmente dice ser: todo es según convenga, pues, bien mirado, la diferencia entre un hada y una bruja es solo una cuestión de edad y encanto…
  libreriarofer | Jul 20, 2023 |
Näyttää 1-5 (yhteensä 164) (seuraava | näytä kaikki)
Eco's mastery of the milieu is evident on every page of "The Prague Cemetery."
 
If the creation of Simone Simonini is meant to suggest that behind the credibility-straining history lurks a sick spirit compounded of equal parts self-serving cynicism and irrational malice, who can argue? And even if the best parts of “The Prague Cemetery” are those he did not invent, Eco is to be applauded for bringing this stranger-than-fiction truth vividly to life.
 
The real story, then, is one that “The Prague Cemetery” hints at but does not for all its polymath erudition manage to capture: our impotence in the face of an obvious forgery, an absurd pastiche against which the ramparts of reason afford astonishingly feeble protection.
lisäsi rab1953 | muokkaaHa'Aretz, Benjamin Balint (Nov 17, 2011)
 
Eco’s 19th century shocker has an Italian, Captain Simonini, as the man responsible, the only fictional character in the book. The story involves Freemasons against Catholics, Garibaldi against the Bourbons, Russian spies, German double agents, murky murders, plotting prelates, black masses and orgies. If all this sounds like a richly sensational read, you couldn’t be more wrong.
 
Simonini’s as disgraceful as they come, and those who feel the need to bond with a narrator will be instantly put off by this novel. But “The Prague Cemetery” isn’t trying to make us feel better about ourselves. It’s meant to remind us of the dangers of complacency and credulousness. It’s meant to be unsettling. And by that measure, it’s a huge success.
 

» Lisää muita tekijöitä (15 mahdollista)

Tekijän nimiRooliTekijän tyyppiKoskeeko teosta?Tila
Eco, Umbertoensisijainen tekijäkaikki painoksetvahvistettu
Arenas Noguera, CarmeKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Boeke, YondKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Dixon, RichardKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Juul Madsen, LorensKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Kangas, HelinäKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Kroeber, BurkhartKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Krone, PattyKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Lozano Miralles, ElenaKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Lozano Miralles, HelenaKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Madsen, Lorens JuulKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Nordang, AstridKääntäjämuu tekijäeräät painoksetvahvistettu
Sinun täytyy kirjautua sisään voidaksesi muokata Yhteistä tietoa
Katso lisäohjeita Common Knowledge -sivuilta (englanniksi).
Teoksen kanoninen nimi
Alkuteoksen nimi
Teoksen muut nimet
Alkuperäinen julkaisuvuosi
Henkilöt/hahmot
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Tärkeät paikat
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Tärkeät tapahtumat
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Kirjaan liittyvät elokuvat
Epigrafi (motto tai mietelause kirjan alussa)
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Since these episodes are necessary, indeed form a central part of any historical account, we have included the execution of one hundred citizens hanged in the public square, two friars burned alive, and the appearance of a comet—all descriptions that are worth a hundred tournaments and have the merit of diverting the reader's mind as much as possible from the principal action.

—Carlo Tenca, La ca' dei cani, 1840
Omistuskirjoitus
Ensimmäiset sanat
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
A passerby on that gray morning in March 1897, crossing, at his own risk and peril, place Maubert, or the Maub, as it was known in criminal circles (formerly a center of university life in the Middle Ages, when students flocked there from the Faculty of Arts in Vicus Stramineus, or rue du Fouarre, and later a place of execution for apostles of free thought such as Étienne Dolet), would have found himself in one of the few spots in Paris spared from Baron Haussmann's devastations, amid a tangle of malodorous alleys, sliced in two by the course of the Bièvre, which still emerged here, flowing out from the bowels of the metropolis, where it had long been confined, before emptying feverish, gasping and verminous into the nearby Seine.
Sitaatit
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Gli uomini non fanno mai il male così completamente ed entusiasticamente come quando lo fanno per convinzione religiosa.
La gente crede solo a quello che sa già, e questa era la bellezza della Formula Universale del Complotto.
People are never so completely and enthusiastically evil as when they act out of religious conviction
Listening doesn't mean trying to understand. Anything, however trifling, may be of use one day. What matters is to know something that others don't know you know.
Viimeiset sanat
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
(Napsauta nähdäksesi. Varoitus: voi sisältää juonipaljastuksia)
Erotteluhuomautus
Julkaisutoimittajat
Tiedot saksankielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Kirjan kehujat
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Alkuteoksen kieli
Tiedot englanninkielisestä Yhteisestä tiedosta. Muokkaa kotoistaaksesi se omalle kielellesi.
Kanoninen DDC/MDS
Kanoninen LCC

Viittaukset tähän teokseen muissa lähteissä.

Englanninkielinen Wikipedia (1)

"19th-century Europe--from Turin to Prague to Paris--abounds with the ghastly and the mysterious. Jesuits plot against Freemasons. In Italy, republicans strangle priests with their own intestines. In France, during the Paris Commune, people eat mice, plan bombings and rebellions in the streets, and celebrate Black Masses. Every nation has its own secret service, perpetrating conspiracies and even massacres. There are false beards, false lawyers, false wills, even false deaths. From the Dreyfus Affair to the Protocols of the Elders of Zion, the Jews are blamed for everything. One man connects each of these threads into a massive crazy-quilt conspiracy within conspiracies. Here, he confesses all, thanks to Umberto Eco's ingenious imagination--a thrill-ride through the underbelly of actual, world-shattering events. "--

Kirjastojen kuvailuja ei löytynyt.

Kirjan kuvailu
Yhteenveto haiku-muodossa

Current Discussions

-

Suosituimmat kansikuvat

Pikalinkit

Arvio (tähdet)

Keskiarvo: (3.33)
0.5 3
1 38
1.5 6
2 99
2.5 35
3 199
3.5 70
4 218
4.5 18
5 91

Oletko sinä tämä henkilö?

Tule LibraryThing-kirjailijaksi.

 

Lisätietoja | Ota yhteyttä | LibraryThing.com | Yksityisyyden suoja / Käyttöehdot | Apua/FAQ | Blogi | Kauppa | APIs | TinyCat | Perintökirjastot | Varhaiset kirja-arvostelijat | Yleistieto | 204,622,692 kirjaa! | Yläpalkki: Aina näkyvissä