Picture of author.

Johannes Linnankoski (1869–1913)

Teoksen Laulu tulipunaisesta kukasta tekijä

26+ teosta 158 jäsentä 3 arvostelua

Tietoja tekijästä

Image credit: from Suomen historia by K. O. Lindeqvist (d. 1927)

Tekijän teokset

Associated Works

Suomen kirjallisuuden valiot 2 — Avustaja — 2 kappaletta

Merkitty avainsanalla

Yleistieto

Virallinen nimi
Peltonen, Vihtori
Muut nimet
Linnankoski, Johannes
Syntymäaika
1869-10-18
Kuolinaika
1913-08-10
Sukupuoli
male
Kansalaisuus
Suomi
Asuinpaikat
Askola (syntymäpaikka)
Porvoo
Ammatit
novelist

Jäseniä

Kirja-arvosteluja

Het voordeel van oude romans is dat je van meet af aan weet, of minstens vermoed, dat de plot niet al te ingewikkeld zal zijn. Dat is ook zo met De vluchtelingen van Johannes Linnankoski, al is die plot nu ook weer niet zo dun als je geneigd bent uit de eerste bladzijden af te leiden en wordt het filosofisch gehalte naarmate het boek vordert óók al dikker.

En nochtans is dit boek, in het Fins - de moedertaal van de schrijver – Pakolaiset geheten, gebaseerd op waargebeurde feiten. In 1902 (het boek verscheen in 1908) woonde Linnankoski in Lapinlahti, in het noorden van de regio Savo (in het boek van de Zweedse naam Savolax voorzien), toen zich daar een boerenfamilie uit Akaa (in de regio Häme, toen nog Tavasta genoemd) kwam vestigen: een boerenfamilie bestaand uit een ouder koppel en hun kinderen, waarvan één getrouwd met een weduwnaar, een man die niet zoveel jonger was dan zijn schoonvader. Een boerenfamilie ook die in Tavasta op de loop gegaan was uit schaamte voor het feit dat de getrouwde dochter een bastaard had met een andere man, wat tot roddels en een onmogelijk leven in hun geboortestreek zou geleid hebben.

Linnankoski, zelf uit een boerengezin afkomstig en vooral bekend van het in 1905 verschenen De vuurrode bloem (Laulu tulipunaisesta kukasta, een verhaal over een jonge, reizende houthakker die à la Don Juan een spoor van gebroken harten achter zich laat, maar uiteindelijk wel trouwt), maakte er zijn eigen verhaal van, weefde er een bijkomende laag in en liet het vervolgens vooral gaan over het leven in een agrarische gemeenschap, trots en vergeving. En… hij voegde er ook nog een stukje van zichzelf aan toe: de boerenfamilie koopt de Hovi-hoeve, de hoeve die Linnankoski zelf bewoonde in het dorp Alapitkä.

Ik gaf u het verhaal zoals het in werkelijkheid gebeurd was al mee, maar zoals gezegd weefde Linnankoski daar nog een bijkomende laag in: hoofdpersonage Juha Uutela is behalve weduwnaar ook bastaardzoon, is desondanks opgeklommen van boerenknecht naar – bad pun intended – goed boerend zelfstandig boer, maar wil op zijn oude dag nog de puntjes op de i zetten, of de kers op de taart, door te trouwen met de drieëntwintigjarige dochter van de eveneens zelfstandige boer naast hem: “Toen nam ik Maja en Lumikanga, hoewel Maja bijna tien jaar ouder was dan ik. Verder een uitstekend mensch, zooals je weet, een echte werkmier. En toen begon ik te toonen, wie ik was. Je herinnert je nog wel, hoe ik Lumikanga kocht en er een boerderij van maakte. Maar, Karolina, het vereischte veel werk. De brandewijnpan pruttelde bijna dag en nacht, ik toog zelf naar Åbo en Björneborg om te verkoopen, en gedurende de lange winternachten lag ik buiten in het bosch planken te zagen bij den schijn van een armzalig fakkellichtje; die jaren sliep ik niet veel nachten aan Maja’s zijde. - En toen ik daarna de Perttuhoeve kocht, weet je wat ik toen dacht? Nou, dochter van Anttila en al jullie anderen, dacht ik, wat zeggen jullie nu wel van het onechte kind en den boerenknecht? En toen ik eigenaar van Uutela werd? Wel, dochter van Anttila en al jullie anderen, dacht ik, begint het onechte kind en de boerenknecht nu misschien een geschikte partij te worden? (…) Toen ik mijn plannen en verwachtingen moest opgeven, besloot ik, dat, als ik ooit weduwnaar zou worden – vergeet niet, dat Maja tien jaar ouder was dan ik -, ik hun dan eens zou toonen wie er nog wel een boerendochter en een jong meisje zou kunnen krijgen. En nu wil ik het zoo doen – dat zij het onechte kind en den knecht vooral niet zullen vergeten!”

Een kleine wraakoefening op de wereld dus, een wraakoefening waarin hij niet gedwarsboomd wordt door zijn toekomstige schoonvader, in tegendeel, en dat weet Uutela ook: “Zie je, Karolina, Keskitalo is wel een goede huisvader en het is een achtenswaardige familie, maar alles is verpand; daarom is een schoonzoon als ik het beste wat zij zich wenschen kunnen. Anders zou alles wel eens onder den hamer kunnen komen.” Met dien verstande dat zijn schoonvader, Keskitalo, óók niet achterlijk is: Uutela heeft zelf geen kinderen, zal er op zijn leeftijd allicht ook geen meer kunnen krijgen, en dus valt bij zijn overlijden zijn hele bezit aan zijn vrouw toe, waardoor niet alleen de boerderij van Keskitalo binnen de familie blijft, maar ook het eigendom van Uutela overgaat: “‘Het was waarlijk een uitstekend idee geweest om Uutela als schoonzoon te nemen,’ hiermede eindigde hij zijn gedachten met een zelfgenoegzaam lachje om de lippen, alsof heel het huwelijk een soort slimme speculatie geweest was, waarvan slechts hij alleen de slimheid door en door begreep. Anderen zagen niets anders dan de oppervlakte en hij vond het niet noodig om van alles tekst en uitleg te geven.”

Strakke plannen, dat van Keskitalo nog meer dan dat van Uutela, maar dan duikt dus het feit op dat Manda, de kersverse bruid zwanger blijkt te zijn. Niet van tijdens het huwelijk weliswaar, maar toch van kort daarvoor, en dat doorkruist op zijn minst voor Keskitalo het plan: een erfgenaam betekent dat Keskitalo niet moet rekenen op het in zijn handen vallen van de eigendommen van Uutela, dat ook zijn dochter buitenspel zal staan en dat alles rechtstreeks naar die erfgenaam zal gaan. Een buitenechtelijke erfgenaam betekent nog iets veel ergers: niks riskeert naar wie dan ook behalve Uutela zelf te gaan, want die zal niet noodzakelijk gediend zijn van een kind dat niet het zijne is.

En dus besluit Keskitalo de vlucht vooruit te nemen: hij wil weg uit Tavastaland (zie boven), maar wil dat verkopen aan Uutela als een goede zaak. In Savolax kunnen ze samen een grote hoeve, een landgoed, kopen – samen als in de zin van: met het geld van Uutela, want die heeft intussen Keskitalo uit de schuld geholpen – en daar nog een laatste keer, op grotere schaal herbeginnen. Een keer het zover is, zal hij Uutela wel op de een of andere manier dat buitenechtelijk kind aan de man kunnen brengen ook. Uutela gaat mee in het verhaal, al wéét hij dat het stinkt: “Er is berekening in het spel, dacht hij. Groote krachtige zoons thuis hebben terrein noodig onder hun voeten. En de brief van Sontula-Gustaf droeg er wel het noodige toe bij om er haast achter te zetten; hij was bang geworden, dat de goede gelegenheid ons ontglippen zou. Maar het geheel kwam hem toch wat overhaast voor. Er was nooit tijd geweest om de kwestie eens grondig te overwegen, zooals landbouwers dat gewoon zijn, achter den ploeg, van de eene vore naar de andere, of op het pad door het bosch met de bijl op den schouder. Het meest verbazen me in ieder geval de vrouwen thuis, dacht hij. Ik had eigenlijk gedacht, dat zij te veel aan de streek gehecht waren en een beetje tegengestribbeld zouden hebben. Vooral de oude bazin… Wie weet, zij denkt misschien maar alleen aan het bestwil der kinderen. Hij keek eens naar Keskitalo. Hij heeft den draad zeker wel in handen, dacht hij. Dat had hij van het begin af al gemerkt. Wat was hij er tuk op geweest en wat had hij het druk gehad. (…) Hij voelde, hoe hij Keskitalo op dat oogenblik haatte, omdat hij hem verdacht van in het diepst van zijn ziel een geheim voor hem verborgen te houden. Waarom zegt hij het mij niet, hoewel we vrienden en familie van elkaar zijn? Wel, ik doe hem misschien toch onrecht, dacht hij daarop, als ik hem verdenk. Waarom kan hij niet heel goed het bestwil van zijn kinderen op het oog hebben, nu hij meer vasten grond onder de voeten heeft? Zoo heb ik destijds zelf immers ook gedaan – en oover zoiets praat je liever niet met anderen. En toch scheen het hem allemaal zoo zonderling. Het was of onzichtbare vingers getracht hadden hem de teugels van zijn eigen leven uit de handen te rukken. Maar de zaak was afgedaan, het goed was gekocht.”

Waarna de uittocht uit Tavastaland volgt, de aankomst in Savolax, de kleine strubbelingen met de locals, het onderwerpen van de aarde, het opkalefateren van de boerderij, maar niet datgene waarop iedereen intussen zit te wachten, het moment waarop Uutela uit zichzelf of van een ander te weten komt dat zijn vrouw zwanger is. Van bladzijde 51 tot 110 is er alleen maar gereis, geploeter, heimwee, hoop en Keskitalo die zich vóórneemt het eindelijk eens te vertellen aan Uutela, maar geen manier vind om dat te doen: “Hij begon echte gewetenswroeging te krijgen, als hij zag hoe de man zwoegde en streed te goeder trouw, zonder een zweem van wantrouwen. Ja, waarom zou hij niet tevreden en gelukkig kunnen zijn, hij die nooit iemand kwaad had gedaan? Het hinderde Keskitalo bijna, dat Uutela zo’n modelmensch was. Als hij lui was geweest of kwaadaardig of verslaafd aan den drank of andere gebreken gehad had, zou het veel gemakkelijker geweest zijn – dan zou hij als het ware zijn lot verdiend hebben. Zoo verliep de ene dag na den anderen zonder dat Keskitalo besluiten kon: nu zal het gebeuren.”

Maar áls het dan uiteindelijk gebeurt, áls Keskitalo het nieuws brengt aan Uutela, dan mag hij alle hoop laten varen dat Uutela zo naïef zou zijn om te denken dat het mogelijk zíjn kind is. Wat uit de onbekendheid met de toestand van Manda al bleek, blijkt ook werkelijkheid: het huwelijk is nooit geconsumeerd. “Wist en begreep die schurk niet, dat hij geen vleeschelijke gemeenschap met zijn vrouw gehad had, maar leefde zooals het een ouden man betaamde? Of waagde de ellendeling het om hem ook wat dit betreft voor den mal te houden?”

Wat volgt, onthoud ik u, maar de zeventig bladzijden die na de onthulling komen, lopen wél anders dan je zou verwachten. Zoals alles anders loopt dan Uutela zélf verwacht had: “Hij werd overvallen door zoo’n troosteloos gevoel van eenzaamheid en verlatenheid, dat, als zich op dat oogenblik een bijt aan zijn voeten geopend had, hij er even gaarne ingesprongen zou zijn als naar huis terug te gaan. ‘Ik heb me er altijd over verbaasd, hoe de menschen zoiets kunnen doen. Nu verbaas ik mij er niet meer over. Als er in de hele wereld niets meer te vinden is, dan… En ik heb niets… Er is niemand, die mij missen zou – behalve Karolina…’ De wind scheen zijn lichaam met fijne ijskoude naalden te prikken – nu voelde hij het, nu hij was blijven stilstaan. Hij keerde langzaam terug. ‘Het is onverschillig waar ik heenga,’ dacht hij. Maar zijn gedachten hadden bij de herinnering aan zijn zuster een andere wending genomen. ‘Nu zullen ze me zeker weer eens ‘onecht kind’ voor de voeten werpen,’ kwam het vol bitterheid in hem op. ‘En misschien wel ‘boerenknecht’ op den koop toe? Het zal wel het onechte kind van een boerenknecht zijn, dat nu door het vroegere onechte kind en den boerenknecht van vroeger bekostigd moet worden. Dat zou het toppunt zijn.’”

Misschien, maar dat kom je pas te weten als je dit boek zelf óók leest. Dan krijg je ook zicht op de filosofische beschouwingen die Linnankoski aan het verhaal koppelt. Die zijn evenzeer de moeite waard.

Björn Roose
… (lisätietoja)
 
Merkitty asiattomaksi
Bjorn_Roose | 1 muu arvostelu | Jul 14, 2023 |
Recenzoj
Citaĵo
„ Kontrasto inter fortaj ideoj kaj virineca sentemo. Unu el la perloj de l' Finna literaturo. ”
— Laŭ la tradukinto
Citaĵo
„ Agrabla novelo kiu similas la romanojn de Björsen kaj de Maupassant ”
— 1920(1965) Historio de Esperanto, II, paĝo 458
 
Merkitty asiattomaksi
Erfgoedbib | Apr 9, 2023 |
Weinig boeiende psychologische studie van een boer die om de verkeerde reden hertrouwt en alsnog met het leven in het reine probeert te komen.
½
 
Merkitty asiattomaksi
razorsoccamremembers | 1 muu arvostelu | Oct 18, 2017 |

You May Also Like

Associated Authors

Tilastot

Teokset
26
Also by
1
Jäseniä
158
Suosituimmuussija
#133,026
Arvio (tähdet)
3.1
Kirja-arvosteluja
3
ISBN:t
26
Kielet
6

Taulukot ja kaaviot